Man overboord: hoe voorkomen? En hoe handelen?

Als iemand overboord valt, is een nachtmerrie begonnen. Misschien lijkt de situatie eerst nog overzichtelijk en kan iedereen nog lachen. Maar vaak zijn er al snel problemen die slecht of niet op te lossen zijn. Te water raken is levensbedreigend. Zeker in het koude Nederlandse water raken drenkelingen snel onderkoeld. Met een paar eenvoudige en overzichtelijke maatregelen kun je proberen te voorkomen dat iemand overboord slaat. En als het toch gebeurt, zorg dan dat je weet wat je moet doen.

Hoe voorkom je dat iemand overboord slaat? Er zijn een paar belangrijke zaken die je moet weten. En hier vind je ook een paar maatregelen die je kunt nemen op een rij.
  

Zorg dat je schip een goed overzichtelijk dek heeft en goed begaanbaar is

  • Voorzie het dek van antislip materiaal
  • De zeereling moet minstens 60 cm hoog zijn en aan één zijde gemakkelijk te kappen door hem met een bindsel aan de hekstoel vast te maken
  • Met een bulletalie (die zorgt dat het zeil niet spontaan kan overkomen) of andere voorziening beperk je de bewegingen van de giek, waardoor er niemand mee overboord gaat
  • Zorg in de kuip voor voldoende ogen om een veiligheidslijn aan vast te maken
  • Om aanlijnen buiten de kuip te vergemakkelijken loopt er over dek een platte band. Dat kan ook centraal, bijvoorbeeld onder de giek
  • Een zeil op dek is glad als ijs, stap er dus niet op
      

Bereid je bemanning goed voor op jullie trip

  • Zorg dat alle bemanningsleden (passagiers) goed op de hoogte zijn van omgaan met alle onderdelen op je schip, zoals de motor starten of de marifoon bedienen
  • Licht je bemanning in over noodprocedures, dat kan ook jouw leven redden
  • Let extra op als iedereen zeeziek is, een slechte conditie maakt de situatie gevaarlijk
  • Realiseer je dat met hoe minder mensen je aan boord bent, hoe kwetsbaarder je bent
  • En ook: de schipper is de baas aan boord. De bemanning moet de schipper willen gehoorzamen, anders ontstaat er in probleemgevallen een onhoudbare situatie
      

Draag je reddingvest

  • Zorg dat het in goede conditie is, dan weet je dat het zal werken, mocht je toch overboord gaan
  • Het is voorzien van een fluit en een (flits-)licht
  • Ga je de kuip uit (ook op het achterdek!), dan ben je aangelijnd. Ben je in de kuip aangelijnd en ga je even de kajuit in, koppel dan de lijn bij je harnas af. Bij aankoppelen in de kajuit ben je dan bij het buiten komen al weer gezekerd
  • In ieder geval heeft je reddingvest een capaciteit van 275N en blijft het aan omdat je de ceintuur goed hebt aangetrokken, of nog liever, kruisbanden gebruikt. Er zijn goed werkende personal locator beacons (PLB’s) of AIS-SART ’s in de handel, waardoor een MOB is te lokaliseren

Meer informatie:

Wees je bewust van risico’s

  • In slecht weer met flinke zeegang maakt het schip bewegingen waardoor alles niet meer zo eenvoudig gaat als in de haven. Boven windkracht 4 is normaal bewegen eigenlijk niet meer mogelijk
  • In het donker kost het je zintuigen meer moeite om de alledaagse taken goed uit te voeren
  • Kleed je bij lage temperaturen slim aan, want onderkoeling vermindert je waarneming of je conditie. Warm drinken en eten helpt ook
  • Zorg bij zeeziekte voor een emmertje waarin je kunt braken. Overboord braken aan de hoge kant is erg onprettig voor je reisgenoten. En om dat aan de lage kant te doen is heel risicovol: één onverhoedse beweging van de boot en je ligt overboord
  • Ook als je moet plassen kun je beter niet aan dek gaan. Van alle verdronken mannen die worden teruggevonden had driekwart de gulp open staan
  • Als je snel nog even aan dek wilt gaan, ben je gauw geneigd dat even niet aangelijnd te doen. Om te reven met losse knuttels heb je twee handen nodig om knopen te leggen. Hanteer daarom een reefsysteem dat eenvoudig een stuk grootzeil wegneemt
      

Toch iemand overboord, wat dan?

  • Het is heel belangrijk hoeveel mensen er nog aan boord overblijven, of dat de enig overgeblevene alles moet doen
  • Roep iets naar de drenkeling, zodat hij weet dat hij is opgemerkt
  • Gooi alles wat drijft in het water, drijvende kussentjes uit de kuip, de reddingboei met licht, een joon en een redlijn
  • Blijf voortdurend naar de drenkeling wijzen en verlies hem niet uit het oog
  • Ga in ieder geval niet zelf te water om de drenkeling bij te staan: laat de redders dat doen
  • Druk op de GPS de MOB knop in om je te helpen terug te varen naar de positie waar de drenkeling te water raakte, maar houd er rekening mee dat stroom intussen ook zijn werk heeft gedaan
  • Houd zo mogelijk de drenkeling in de gaten terwijl je alarm geeft aan de kustwacht. Vertrouw niet teveel op je eigen kunnen bij het binnenhalen van de drenkeling. Je kunt de hulp van een ander schip goed gebruiken
  • Alarmeer met het DSC kanaal 70 in je marifoon. Kan dat niet, alarmeer dan de kustwacht (in Nederland roep je Den Helder Rescue) via marifoonkanaal 16 met een PAN PAN bericht. Als je om zoekhulp vraagt, moeten alle schepen in de buurt ook mee helpen zoeken
  • Heb je alleen een mobiele telefoon, hoop dan op bereik en bel 0900-0111. Je hebt nu niet het voordeel van de meeluisterende schepen in de buurt, daarom is een marifoon altijd een beter middel om alarm te maken
  • In alle gevallen zal de kustwacht je vragen om je positie en de overige omstandigheden. Noem dan behalve je GPS-positie ook globaal waar je bent
      

Als jij overboord ligt, wat dan?

Optimaliseer je overlevingskansen en blijf optimistisch over je redding: de wil om te overleven redt levens.

  • Er is je iets toegeroepen zodat je weet dat je bent opgemerkt
  • Als het goed is zijn je allerlei zaken toegeworpen waarmee je je drijvend kunt houden. Houd ze zoveel mogelijk bij de hand. Probeer daarmee zo hoog mogelijk boven het water te komen om onderkoeling voor te blijven
  • Als je je reddingvest aan hebt, zal dat je op je rug draaien. Maak je zo klein mogelijk en neem de HELP-houding (Heat Emission Lessening Position) aan, tegen warmteverlies
  • Schakel het licht op je reddingvest aan, dan ben je ook overdag beter zichtbaar. Het brandt honderd uur
      

Naar de drenkeling toe: denk na!

  • De omstandigheden zijn bepalend voor de manier waarop je terugvaart naar de drenkeling. Veel hangt af van de hoeveelheid bemanning en de weersomstandigheden
  • Zeil je terug of ga je op de motor?
  • Is het licht of donker?
  • Heb je de drenkeling nog in het oog of heb je geen idee waar je heen moet?
  • De GPS geeft je de positie waar het incident plaatsvond, maar wat heeft intussen de stroom gedaan?
  • Je loopt het risico de drenkeling te overvaren of te verwonden met je schroef. Nader je de drenkeling bovenwinds, dan loop je het risico over hem heen te drijven. Heb je een lijn overboord gegooid, pas dan op dat die niet in de schroef komt
      

Als de drenkeling onderkoeld is

  • Het kan zijn dat de drenkeling het bewustzijn heeft verloren door onderkoeling. Als hij op zijn rug ligt, kan hem dat zijn leven schelen
  • Een bewusteloze drenkeling kan niet zelf meewerken aan zijn redding, je zult het dus helemaal zelf moeten opknappen
  • De drenkeling moet horizontaal uit het water worden gehaald om hartproblemen te voorkomen. Je zult moeten reanimeren als hij eenmaal aan boord geen waarneembare hartslag meer blijkt te hebben
  • Er is het risico van ‘secondary drowning’. Door ingeademd water of spray treedt er in de longen osmose op. Daardoor worden de longen gevuld met vocht. Dit kan uren later optreden, als de drenkeling alweer veilig op het droge is gebracht. Vaak wordt een drenkeling die water heeft ingeademd ter controle een nacht in het ziekenhuis opgenomen
  • Belangrijk: maak de drenkeling nooit aan de boot vast terwijl je naar een haven vaart

Meer informatie:

  • Brochure: ​Wat is onderkoeling?, hoe voorkom je het en wat kun je doen?
  • ‘Boordboek EHBO’, Douglas Justins en Colin Berry, De Alk & Heijnen Watersport, ISBN 9789059610699‘ Oranje Kruis boekje’. Officiële handleiding tot het verlenen van eerste hulp bij ongelukken, Oranje Kruis, Thieme Meulenhoff, ISBN 978900692026
  • www.ehbo.nl: praktische tips, EHBO-cursussen in de buurt, infobrochures
  • www.hartstichting.nl: medische informatie, reanimatiecursussen, infobrochures
      

De drenkeling aan boord nemen

  • Als je een stormfok hebt, kun je die als hulpmiddel gebruiken om de drenkeling aan boord te krijgen
  • Je maakt de basis aan de scepterpotten vast (oefen dit zodat je dit niet voor het eerst hoeft te doen)
  • Bevestig de tophoek aan een val
  • Zet de val op de lier, dan kun je de drenkeling optakelen
  • Kap de zeereling om het slachtoffer aan boord te kunnen trekken
  • Is de drenkeling in goede conditie en heeft hij nog kracht, dan kan hij zelf via de zwemtrap aan boord komen
  • Is er een spiegelplatform, dan kun je daarop gaan staan om de drenkeling te helpen aan boord te komen
  • Komt de reddingboot je bijstaan, dan heeft die middelen om mensen horizontaal uit het water het halen, zoals de matesaver of de kantelklep

Oefen de man overboord manoeuvre regelmatig

De man overboord manoeuvre op stilstaand water is niet anders dan die op stromend water. Op stromend water zitten schip en drenkeling in dezelfde stroom. Als ‘drenkeling’ kan een met een dweil, meerpen of kleine puts verzwaarde stootwil gebruikt worden. Een losse stootwil drijft door de wind veel sneller van zijn plaats dan een drenkeling zou doen. Met mooi weer kan een bemanningslid natuurlijk overboord springen.

Meer informatie:


 

© 2016 Varen doe je Samen!  |  Disclaimer